Archief

Archive for januari, 2011

Bij de tandarts

Vandaag is Elian voor het eerst bij de tandarts geweest. Tot onze grote vreugde zit er een goede tandarts bij ons in het dorp (we blijven ons verbazen over wat er allemaal aan faciliteiten zit in zo’n gat!). Zoals het een grote jongen betaamd, is hij erg dapper geweest en heeft helemaal niet gehuild. Hij vond het allemaal wel interessant eigenlijk. Het hielp dat de assistente alleraardigst was en erg goed met kinderen. Elian kreeg een Garfield slabbetje en een Garfield bekertje, wat hij reuze mooi vond. Ze legde hem van alles uit, deed niets onverwachts en vroeg netjes toestemming. Ik moest daar wel om lachen, want toen ze op het laatst vroeg of ze zijn ondertandjes nog even mocht poetsen zei Elian beleefd ‘nein’. En dat respecteerde ze! Ik was erg trots op mijn knul, want het hele gesprek met de assistente ging in het Duits en ik hoefde maar een paar keer te vertalen, meneer gaf ook netjes antwoord in het Duits!

De tandarts heeft geconstateerd dat Elian 20 gezonde tandjes heeft die er keurig uitzien. We kregen complimenten voor het poetsen (yay, daar doe je het als ouders voor 🙂 ) en voor het feit dat we al jong met hem naar de tandarts gingen. Blijkbaar is dat hier nog niet zo gebruikelijk. Elian kreeg als beloning voor zijn keurige gedrag een rubberen visje dat hij Blub heeft genoemd. En hij kreeg een sticker voor een speciale poster op de Kindergarten, een actie van de staat Bayern om de ouders van jonge kids aan te moedigen met hen naar de tandarts te gaan. Als de poster vol is, krijgt de Kindergarten een cadeau. Toch ook leuk om daaraan bij te dragen. O ja: ikzelf had ook niets. Ook weer mooi meegenomen.

Categorieën:Elian

De Here Jezus heeft au

januari 28, 2011 1 reactie

Elian en ik lopen elke dag samen van de Kindergarten naar huis. ’s Ochtends brengt Rogier ons weg met de auto en rijdt dan door naar zijn werk, maar om kwart over één haal ik Elian lopend op. Een van de leidsters van de Kindergarten woont bij ons in de straat en zij wees me op een kortere route. Deze loopt over het plaatselijke kerkhof en nadat ik constateerde dat ‘iedereen’ deze shortcut neemt, voelde ik me vrij hetzelfde te doen. Elian vindt het allemaal machtig interessant. De graven worden keurig onderhouden en je ziet veel kaarsen (van die nepgevallen die lang branden), beplantingen, kransen enz. We wonen in een katholiek gebied en veel van de familiegraven zijn dan ook versierd met religieuze afbeeldingen in allerlei soorten. Uiteraard zie je veel afbeeldingen en beelden van Jezus aan het kruis (en ook van Maria met het kindje Jezus overigens). Elian is er erg door gefascineerd. Elke dag als we erlangs lopen, geeft hij commentaar op de beelden die hij ziet. Dat is de Here Jezus aan het kruis. Dat is alleen een kruis, zonder de Here Jezus. Dat is Maria, de mama van de Here Jezus.

De meeste indruk maakt echter een soort klein bidkapelletje achter op de begraafplaats. Hier hangt een groot beeld van Jezus aan het kruis. De eerste keer dat Elian dit beeld zag, constateerde hij dat de Here Jezus een beetje vies was op zijn handen, zijn voeten en zijn buik. Maar toen ik uitlegde dat dat bloed was, kreeg hij een diepe frons op zijn gezichtje. Ik vertelde over de Here Jezus die aan het kruis werd gespijkerd en dat Hij daardoor bloedde. Het maakte diepe indruk, want Elians ernstige reactie was: mama, de Here Jezus heeft au. Ik benadrukte dat het gelukkig maar een beeld was en niet de Here Jezus zelf, maar Elians empathische hartje was geraakt. En elke dag als we nu langs dit beeld lopen, zegt hij hetzelfde: de Here Jezus heeft au mama, Hij heeft au aan Zijn handen en aan Zijn voeten en aan Zijn buik. Hij kijkt dan even medelijdend naar het beeld en dan zwaait hij vriendelijk met zijn handje naar de ‘Here Jezus’ en roept vrolijk: ‘daaaag, Here Jezus, tot morgen!’ En ik bedenk me dan maar dat Jezus een enorme kindervriend is en vast met een glimlach dit kleine mannetje bekijkt, dat zo’n empathie heeft omdat Hij ‘au heeft’.

Categorieën:Elian

Een interne verhuizing

De nieuwe indeling van de studeerkamer

Onze collectie boeken is best indrukwekkend. In ons vorige huis hadden we die in onze ‘bibliotheek’ staan op de begane grond. In ons huis hier hadden we na enig puzzelen een indeling van de ‘studeerkamer’ gemaakt waarbij ook de meeste boeken erin pasten. Met hulp van de fameuze Ikea-Billy kasten hadden we de beschikbare ruimte effectief benut, waarbij er naast alle boeken ook nog plek was voor twee werkplekken. Maar vorige week liet ik me ontvallen tegen Rogier dat ik eigenlijk niet zo happy was met mijn werkplek. Ik zat recht voor een raam, maar omdat de zon daar op staat moest ik het rolluik veelal dichthouden waardoor mijn uitzicht zacht gezegd saai was. Maar ik zat ook gewoon niet lekker, voelde me wat ingesloten op de een of andere manier. Rogier bleek hetzelfde probleem te hebben en was ook niet happy met zijn hoekje.

De boeken in de woonkamer

We hebben flink zitten nadenken en puzzelen wat dan de oplossing zou moeten zijn. We konden een deel van de boeken boven neerzetten, maar ja, daar waren we allebei niet gelukkig mee. We houden ervan om boeken om ons heen te hebben. Uiteindelijk besloten we twee kasten uit de studeerkamer te halen en te verplaatsen naar de woonkamer. Daar zou alle fictie komen te staan, bepaald geen kinderachtige collectie. Alle non-fictie zou in de studeerkamer blijven. Om voldoende kastruimte te hebben, sleepten we nog een oude Billy kast naar boven voor in de studeerkamer. Ook besloten we de zilvergrijze tafel die in ons vorige huis ook in de bibliotheek had gestaan, in de studeerkamer te zetten (waarmee in de hobbykamer in de kelder waar deze stond plaats komt voor een tafeltennistafel, maar daarover een volgende keer meer). Het was een enorm gesleep. Alle boeken moesten er zo ongeveer uit. Toen ik die chaos aan boeken zag, zonk me de moed wel even in de schoenen. Ik had ze zes maanden geleden allemaal net met veel moeite en zorg in de kast gezet en nu konden we opnieuw beginnen. Het voelde als opnieuw verhuizen.

Blik op 'mijn' hoekje in de studeerkamer

Maar met flink doorwerken kregen we de interne verhuizing in iets meer dan 24 uur rond. De aanblik van de woonkamer is totaal anders nu er drie kasten met boeken staan maar we zijn er allebei blij mee. Het voelt wat meer als een woonkamer, als onze woonkamer, in plaats van een huis met onze meubels erin. Maar de grootste verandering is de studeerkamer. We hebben onze werkplekken beiden een kwartslag gedraaid, zitten dus nu feitelijk met onze ruggen naar elkaar toe, maar wel met open ruimte in de rug in plaats van een volle boekenkast er vlak achter. Het oogt meteen veel ruimer, veel lichter. De leestafel in het midden staat goed en is praktisch. Maar het belangrijkste is: we zijn allebei echt happy met onze werkplek zo. En het leuke is dat we er niets nieuws voor hebben hoeven kopen, het was gewoon een verplaatsen van wat we al hadden. We waren tamelijk moe na afloop (ik had echt spierpijn van het sjouwen met stapels boeken…), maar zeer, zeer voldaan!

Categorieën:Wonen

Elian en het potje

januari 25, 2011 2 reacties

Elian is al een grote jongen en grote jongens plassen niet meer in een luier. Baby’s plassen in een luier. Grote jongens plassen op het…potje. Dus Elian gaat ook op het potje plassen. Dat vertellen we Elian een keer of vijf per dag en hij knikt dan heel serieus. Hij is het er ook helemaal mee eens, in theorie althans. De praktijk is zoals altijd iets weerbarstiger 🙂 We zijn druk bezig Elian zindelijk te krijgen en dat gaat niet zonder slag of stoot. Hij kan het uitstekend ophouden hebben we ontdekt, maar het laten gaan op het moment dat hij op het potje zit, is nog een uitdaging. Hij probeert het echt, maar het is moeilijk. We zitten er dus geduldig naast en lezen boekjes voor of laten YouTube filmpjes zien van peuters die op het potje plassen…zie je wel, dat kindje kan het ook! Maar: hij heeft al twee keer een grote plas gedaan op het potje, waarna we hem natuurlijk helemaal de hemel in hebben geprezen en hem beloond hebben met een Sesamstraat dvd en een kleurboek van Cars. Ouderwets omkopen werkt nog steeds (de politiek correcte term is geloof ik ‘belonen van gewenst gedrag’). We houden vol en hopen met een paar weken mooie resultaten te kunnen melden!

Categorieën:Elian

Werken of niet werken, dat is de vraag

januari 22, 2011 3 reacties

Ik heb de laatste tijd regelmatig de vraag gekregen of ik nog ga werken hier of niet. Omdat het best een complex geheel van overwegingen is en die vraag daardoor niet zomaar te beantwoorden is, dacht ik dat toch maar even op de blog te gaan uitleggen. Allereerst: ik zou best willen werken hier. Het lijkt me goed en leuk om mensen te leren kennen op die manier en het zou zeker goed zijn voor mijn Duits, wat weliswaar beter wordt maar nog steeds verre van perfect is. Maar…en daar komen een paar grote maars: ik wil alleen parttime werken omdat we Elian niet voltijds in de kinderopvang willen doen. Dat lijkt ons niet goed voor ons mannetje en we vinden het ook niet leuk, want we genieten enorm van zijn aanwezigheid (en hij meestal ook van de onze hebben we het idee). Maar parttime banen op mijn niveau zijn hier schaars. Daar heb ik dus te maken met sterke concurrentie van Duitse sollicitanten en daar kan ik niet tegenop.

Daar komt bij dat men hier in Duitsland veel meer dan in Nederland waarde hecht aan diploma’s. Voor elk beroep is hier een specifieke opleiding en dat diploma vraagt men ook. Dat is dus lastig als je zoals ik wel diploma’s hebt, maar niet op gebieden waar je hier aan de slag wilt of kunt. Mijn HRM diploma is hier niets waard omdat de Duitse arbeidsmarkt en arbeidswetgeving totaal anders is dan de Nederlandse en met mijn lesbevoegdheid in geschiedenis kan ik ook weinig. Ik heb jarenlange werkervaring als manager, maar zonder formele papieren en daarmee nemen ze hier geen genoegen. Tel daar bij op mijn bepaald niet optimale beheersing van de Duitse taal en je begrijpt dat dat lastig is.

Maar dat is nog niet alles. Wij vallen sinds 1 januari onder het Duitse belastingstelsel omdat we geen inkomsten meer in Nederland hebben. Het Duitse stelsel lijkt erg op het oude Nederlandse stelsel van voor de belastinghervorming met de ‘boxen’. Het is fiscaal aantrekkelijk als maar één van beide partners werkt, Rogier heeft nu namelijk volledig mijn belastingvrije voet over kunnen nemen. Als ik zou gaan werken, zouden we aan de eerste pakweg 600-700 euro die ik zou verdienen weinig overhouden. Dat is wel erg zuur. Als ik voltijds zou gaan werken zou dat niet erg zijn, maar met een parttime baan kom ik natuurlijk niet zo enorm ver boven dat bedrag uit, dus waar doe je het dan voor?

Nu kennen ze hier in Duitsland een fenomeen wat we in Nederland niet kennen: de minijob. Je mag per maand maximaal 400 euro bijverdienen om onder de grens van belastbaar inkomen te blijven en dus je belastingvrije voet voor je partner te behouden. Dat heeft geresulteerd in zogenaamde minijobs, ook wel 400euro-jobs genoemd. Daarbij verdien je dus maximaal 400 euro voor een parttime baan. Voor mij zou dat dus ideaal zijn omdat ik toch werk, wat bijverdien maar onder de belastbare grens blijf. Echter, deze minijobs zijn vaak niet de leukste banen. Veel schoonmaakwerk, in de horeca, kamermeisjes of achter de kassa zitten. Deels dus ook nog eens slolofuncties waarbij je vrijwel geen contact hebt met collega’s of klanten, waarmee het voor mij echt niet aantrekkelijk is.

Dat is dus het wat lange antwoord op de vraag: ga je eigenlijk nog werken? Ja, ik zou wel willen, maar…er zitten dus wat haken en ogen aan. Maar om iedereen even gerust te stellen: ik verveel me echt niet hoor! Ik ben heerlijk aan het schrijven aan m’n boek, ik heb een groot huis schoon te houden (en vanaf het voorjaar ook een joekel van een tuin, inclusief een royale collectie mollen 🙂 ), een huishouden te draaien, een zoon die elke dag vanaf 13.15 thuis is, ik heb vrienden om mee te mailen/tweeten/chatten/skypen/bellen en als ik echt niks anders meer te doen heb, hebben we ook nog bijna 2000 boeken om te lezen, dus ik verveel me geen moment.

Categorieën:Werk

Welkom thuis

januari 20, 2011 1 reactie

Mariëlle geniet van de sushi

Afgelopen weekend was ik een paar dagen in Nederland. Er was maandagavond een ledenvergadering in onze kerk in Zoetermeer waar ik graag bij wilde zijn en dus heb ik er een gezellig weekend van gemaakt. De KLM had een mooie winteraanbieding dus ik kon voor weinig een rechtstreekse vlucht boeken van München naar Amsterdam, helemaal perfect. De heenvlucht verliep ook probleemloos. Het grappige is dat de stewardessen bij de uitgang altijd ‘welkom thuis’ tegen je zeggen als je Nederlander bent bij aankomst op Schiphol. Ik moest daar wel even over nadenken. We wonen alweer zes maanden in Duitsland en het voelt ook echt als een thuis, maar toch is aankomen in Nederland in zekere zin ook wel thuis komen. Misschien kun je als mens wel meerdere plekken hebben die als ‘thuis’ voelen? Nou ja, even een filosofisch momentje. Ik had mijn vlucht zo getimed dat mijn oudste zus Karen een ruim uur na mij zou aankomen (zij werkt door de week in Helsinki en vliegt op en neer) want vrijdagavond zouden we voor het eerst sinds hele lange tijd weer een zussenavond hebben. Mijn jongste zus Mariëlle was ook naar Schiphol gekomen en stond op me te wachten toen ik de bagagehal uitkwam. Het was een tv-waardig momentje 🙂 Het was heerlijk om weer even bij te praten met z’n drieën (eerst ook nog met mijn zwager erbij, maar die vluchtte later naar een vriend van hem) onder het genot van door Karen zelf gemaakte sushi en sashimi. We hebben zitten smullen!

Op de foto met Esther, één van de jeugd

Zaterdags zijn we vanuit IJsselstein (waar Karen woont) via Zoetermeer (om mijn bagage te droppen en Chris, een vriend van me op te pikken) naar Amsterdam gereden, alwaar het oerhollands baggerweer was. Na een heerlijke lunch zijn Chris en ik de bios ingedoken en gingen mijn zussen verder shoppen. ’s Avonds had ik afgesproken naar de soos te gaan, de jeugdruimte in onze kerk die elke zaterdagavond open is voor jeugd. Er was aangekondigd dat ik zou komen, dus er waren veel mensen gekomen om mij even te zien en bij te kletsen. Ik heb er echt van genoten om zoveel van de jeugd (en wat jeugdleiders) weer te zien, ik had ze echt gemist! We hebben dan ook tot aardig laat zitten praten en ik was iets na enen thuis.

 

En met thuis bedoel ik hier ook ‘thuis’, ons huis aan de Nieuwlandstraat. Zoals velen van jullie weten hebben we dat helaas nog niet verkocht. Maar het staat ook niet helemaal leeg. Jolanda de Jager, een goede vriendin van ons, gebruikt ons huis om workshops taarten of cupcakes versieren in te geven voor haar bedrijf Zoet & Meer. Ze heeft onze woonkamer dan ook heel gezellig ingericht met tafels, zwart-wit geblokte kleden overal (die zwart-witte ruitjes zijn een beetje haar handelsmerk), servies enz. Het grappige is dat haar bedrijfskleuren helemaal passen bij de kleuren van de woonkamer, dus het ziet er helemaal hip uit. Het huis zag er daardoor dus ook helemaal niet leeg uit en voelde nog ‘bewoond’. Ze had voor mij even een luchtbed en slaapzak geregeld zodat ik beneden in onze oude bibliotheek kon slapen. Er lag een fles cola en wat lekkers klaar in de koelkast, dus ik voelde me helemaal warm onthaald 🙂 Ik had verwacht dat het vreemd zou zijn om weer in ons oude huis te zijn en te slapen, maar dat was het eigenlijk helemaal niet. Ondanks dat onze eigen spullen er niet meer stonden, voelde het nog heel vertrouwd. Ik moest alleen even wennen aan de geluiden van buiten, wat ben ik snel gewend geraakt aan de stilte hier op het platteland! Overigens hebben we gelukkig vanaf 1 maart wel een huurder in ons huis die langere tijd wil huren, dus daar zijn we wel blij mee (al hopen we het nog steeds te verkopen).

Onze voormalige woonkamer, nu in 'Zoet & Meer'-stijl

Zondagochtend ben ik uiteraard naar de kerkdienst in Parousia geweest en dat was ook echt genieten. We hebben in Duitsland nog geen gemeente gevonden waar we ons thuis voelen, dus het was fijn om weer even te kunnen opladen. Na de dienst stonden mensen in de rij om even met me te kunnen kletsen. Tsjonge, ik voelde me echt even populair hoor! Het was goed om vrienden, jeugd, jeugdleiders enz weer even te zien en te spreken, ook al was het noodgedwongen kort. Na de kerk ben ik lekker wezen lunchen bij de familie Van der Weg. Jannetta is jarenlang de vaste oppas geweest van Elian en Jan was als voorganger altijd mijn aanspreekpunt in de gemeente. Het was goed om even bij te praten. Daarna heb ik even kennis gemaakt met de man die ons huis gaat huren vanaf maart. Vervolgens ben ik op bezoek gegaan bij een gezin bij ons uit de gemeente met wie ik veel heb samengewerkt in het tiener- en jeugdwerk. Een deel van hun rozenkwekerij is vorige week afgebrand, maar gelukkig zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd en is hun huis als door een Gods-wonder gespaard gebleven. Ik vond het best aangrijpend om te zien, zo’n nare puinhoop van verbrande resten, alles afgezet met linten vanwege asbestresten. Het was goed om hen te zien.

Zondagavond heb ik na een heerlijk diner de slechtste film aller tijden gezien, The Green Hornet. Mochten mensen nog naar de bios gaan de komende tijd: deze overslaan. Slecht acteerwerk, achterlijk verhaal, over the top special effects, maar gewoon een bar saaie film. Niks aan. Of zoals Chris en ik na afloop constateerden: nou, dat was weer twee uur van ons kostbare leven verspild.

Maandags ben ik gaan lunchen bij een goede vriendin nog van het MCH Westeinde waar ik jaren heb gewerkt. Meestal spreken we af in het personeelsrestaurant van het ziekenhuis, maar ze was ziek dus ik ben naar haar huis in Wassenaar gegaan. We bellen bijna wekelijks, maar het was zo heerlijk om even in alle rust verhalen te kunnen uitwisselen. Het lijkt wel alsof wij nooit uitgepraat zijn, er is zoveel te vertellen…En dat onder het genot van een heerlijke lunch inclusief carrot cake (worteltjestaart), yummie!

Daarna heb ik de middag doorgebracht bij Jolanda en haar gezin, wat altijd gezellig is. Het viel me weer op hoe snel de tijd gaat in zo’n weekend als je bij vrienden bent, voor je het weet is het alweer een uur of twee verder. Ik ben ook met Jolanda samen naar de vergadering gegaan ’s avonds. Die was zoals verwacht best heftig, maar het was goed dat ik er bij was. Ik was onder de omstandigheden echt ‘blij’ dat ik er was.

Dinsdagochtend heb ik nog snel wat boodschappen gedaan en toen was het alweer tijd om huiswaarts te keren. Op Schiphol heb ik nog even een paar hele spannende minuten gehad want ik heb mijn vliegtuig maar net gehaald. De rij voor de security check bleek meer dan een uur te zijn en daar had ik niet op gerekend. Ik mocht gelukkig vooraan aansluiten van een alleraardigste Rus die mij ertussen liet, waarmee ik een half uur won, maar zelfs daarmee was het akelig krap. Toen ik door de security heen was, was het 13.15 en het boarden begon om 12.55. Ik heb dus echt gerend naar de gate, wat natuurlijk de allerachterste was. Ik kwam helemaal buiten adem aan en op de borden stond al ‘gate closing’. Ik was de laatste aan boord en na mij ging de gate dicht. Gelukkig hadden de KLM dames er begrip voor, zij gaven ook aan dat de lange wachttijden bij de security echt een probleem beginnen te worden omdat meer mensen hun vlucht daardoor missen. Dat gebeurt mij in ieder geval geen tweede keer, de volgende keer ben ik twee uur van tevoren bij de security!

Al met al heb ik een heerlijk weekend gehad en was het fijn om zoveel mensen weer te zien en te spreken. Helaas was het ondanks mijn volle programma niet mogelijk om iedereen te zien, dus als je me alleen in de verte voorbij hebt zien rennen, sorry! Volgende keer beter hopelijk 🙂 Overigens hebben Rogier en Elian het thuis ook erg gezellig gehad met hun ‘mannenweekend’…

Waar is de mol?

januari 13, 2011 4 reacties

Het heeft hier de afgelopen dagen flink gedooid. Dat vonden we niet zo erg, we hadden het wel weer even gehad met alle sneeuw. Een van de gevolgen van de dooi was dat we voor het eerst sinds pakweg half november onze tuin weer konden zien. Die had al die tijd bedekt gelegen onder de sneeuw. Maar met het verdwijnen van de sneeuw, verscheen iets wat wat minder aangenaam was. Onze toch al niet zo geweldige grasmat bleek getransformeerd te zijn in een soort maanlandschap. De vraag was niet wie het gedaan had, want dat was wel duidelijk. We hadden overduidelijk bezoek van een hyperactieve mol. Of misschien wel meer dan één, want zowel de voortuin als de achtertuin waren flink onder handen genomen. Dat zou wel erg ambitieus zijn voor slechts één mol…

Maar waar is die mol? En hoe komen we weer van hem (en zijn eventuele vriendjes/familieleden) af? Enig googelen heeft me geleerd dat je niet zo makkelijk van mollen af komt. Ze hebben een hekel aan trillingen. Enkele suggesties waren dus om ijzeren palen in de grond te slaan en hier dagelijks een aantal keren tegen aan te meppen met een hamer. Zie ik best zitten, meteen een mooie manier om van eventuele agressie af te komen. Een creatieve manier was ook om zo’n vreselijk irritante kaart te kopen met een muziekje erin (misschien heeft iemand er nog een over van kerst, met Jingle Bells ofzo??) en dat muziekchipje in een plastic buis in de mollengang te gooien. De gang werkt als een spreekbuis en de mol wordt gek. Lijkt me een kwestie van hopen dat we niet net een muzikale mol hebben…wat gezien zijn naam natuurlijk helemaal niet gezegd is! En dan zijn er nog bepaalde planten die je kunt planten, maar dat kan pas in het voorjaar en tegen die tijd is onze tuin veranderd in een grote zandhoop vrees ik.

Ik denk dus dat ik onze alleraardigste huisbazin maar even ga bellen, zij weet wellicht raad. Het leuke is dat ik zo meteen weer wat nieuwe Duitse woorden leer. Het Duitse woord voor mol is een stuk ingewikkelder: Maulwurf. En een molshoop is een tongbreker: een Maulwurfshügel. Weer wat geleerd. Als ik haar bel heb ik altijd een lijstje naast me liggen met de woorden die ik nodig heb, wel zo handig. Ik moest haar ook nog melden dat we een kleine Leckage hebben im Wäschekeller via een Riss (scheur) in het plafond (die Decke), waarschijnlijk vanuit de Duschkabine. Zo zie je maar weer, elke dag leren we wat nieuws!

Categorieën:Algemeen, Wonen